Hoogeveen, maak ruimte voor vrouwen, maak straten veilig
Veel vrouwen herkennen dit, ook buiten de grote steden. Het begint vaak klein. Als het donker is, kies je voor een drukke straat. Je loopt liever langs huizen met licht aan. Je houdt je sleutels al in je hand. Niet omdat je bang wíl zijn, maar omdat je gewoon rustig thuis wilt komen. Bijna de helft van de vrouwen voelt zich weleens onveilig op straat, ook in de eigen buurt. Veel vrouwen, jong en oud, vermijden bewust plekken en lopen, of fietsen om. Of pakken de auto.
Hoe ervaren vrouwen in Hoogeveen veiligheid op straat? Debora Ramaglia, nummer 2 op de kieslijst van SP Hoogeveen, ging in gesprek met de andere vrouwen op de kieslijst over hun ervaringen met veiligheid op straat. Hun verhalen gaan over heel gewone momenten die uiteindelijk niet zo gewoon blijken. Een pad dat te donker is, een opmerking die net te ver gaat, of een plek waar je in je eentje langs moet. En wat er gebeurt als je iets aankaart en merkt dat je niet echt wordt gehoord.
De antwoorden verschillen, maar de gemene deler is scherp. Veiligheid is geen vast gegeven. Het is een gevoel dat bepaalt hoeveel ruimte je jezelf gunt, en hoeveel je inlevert. Omrijden en omlopen klinkt klein, maar het is groot. Telkens jezelf aanpassen aan de omgeving, zonder dat iemand het van je vraagt. Precies dat zie je ook in Hoogeveen terug, van het stationsgebied tot de binnenstad, van een donker pad tot een drukke passage.
Debora Ramaglia: Als vrouw in Hoogeveen voel ik mij niet altijd veilig.
Neem het stationsgebied. In het donker verandert een pad langs bosjes en een bouwplaats al snel in een plek waar je liever niet alleen loopt. Dan wordt de wereld kleiner. Debora Ramaglia zegt het zonder poespas. “Als vrouw in Hoogeveen voel ik mij niet altijd veilig.” Ze koppelt het aan iets wat veel vrouwen herkennen. Je loopt niet alleen door het donker, je loopt ook door reacties van anderen. Bij de Tamboerpassage wordt ze nageroepen. “Het voelt niet fijn. Dat is precies het moment waarop je hoofd alvast vooruit denkt, hoe loop ik, waar kijk ik, hoe snel ben ik thuis.”
Soms komt dat onveilige gevoel niet doordat het donker is, maar doordat het ineens te druk en onvoorspelbaar wordt. In en rond de Kleine Kerkstraat hangt ’s avonds een sfeer die kan omslaan. Groepen jongeren hangen daar rond met hun fatbikes. Claudia Pomper vat het zo samen. “Het is ’s avonds niet fijn om daar als vrouw langs te moeten.” Er zijn meer plekken die ze ’s avonds liever mijdt, zoals parken of het fietspad bij het Activum.
Wat hier meespeelt, is dat veiligheid vaak wordt beoordeeld met een soort standaardblik. Dat lijkt neutraal, maar sluit niet altijd aan bij hoe vrouwen een plek beleven. Een route kan op papier prima zijn, maar in het echt voelt het anders, door hoekjes, bosjes, slecht zicht, of omdat je er alleen langs moet. Claudia prikt daar doorheen. “Er zitten over het algemeen weinig vrouwen in de gemeenteraad en het college.” Als vrouwen minder vaak aan tafel zitten, worden ervaringen ook minder snel vertaald naar beleid. Naar verlichting die werkt, en naar toezicht op de plekken die je liever mijdt.
Hennie van Doorn: Zodra het donker wordt fiets ik niet meer over straat
Hennie van Doorn laat weer een ander mechanisme zien. “Overdag gaat het prima, maar zodra het donker wordt fiets ik niet meer over straat.” Dit is veelzeggend. ’s Avonds gaat ze niet vaak weg, en als ze gaat, pakt ze de auto. Een praktische oplossing, maar het legt ook iets bloot. De vrijheid om spontaan te lopen, te fietsen, even naar buiten te gaan, die vrijheid is niet voor iedereen hetzelfde.
Betty Spits trekt het onderwerp nog breder. Veiligheid gaat ook over gelijkwaardigheid, op het werk, in kansen, in inkomen, en in hoe je wordt aangesproken. “Gelijke beloning voor hetzelfde werk.” Ze benoemt ook leeftijdsdiscriminatie. Daarmee raakt ze een gevoel dat veel mensen herkennen. Als je merkt dat je minder meetelt, dan voelt de wereld minder veilig, ook zonder direct incident. Het gaat over waardigheid, en over serieus genomen worden.
En dan het centrum in het weekend. Geluid, rommel op straat, mensen die langs je huis lopen vanuit het uitgaansgebied. Jutta van den Oord herkent dat centrumgevoel. Donkere steegjes en parkjes zijn dan geen neutrale plekken meer. Het worden plekken waar je liever niet alleen langs gaat. “Donkere steegjes en parkjes vermijd je liever als je alleen bent.” Dat is geen paniek. Dat is telkens opnieuw rekenen met risico.
Als je alle verhalen naast elkaar legt, zie je één duidelijke lijn. Niet elke vrouw ervaart hetzelfde, en toch past bijna iedereen zich aan. Een andere route, een plek vermijden, toch maar de auto, toch maar langs huizen, toch maar waar meer mensen zijn. Dat is het signaal. Niet alleen wat er gebeurt, maar wat je gaat doen om te voorkomen dat er iets gebeurt.
Daarom moet politiek meer doen dan zeggen dat veiligheid belangrijk is. Het begint met erkennen wat vrouwen vertellen, en het veiligheidsgevoel serieus nemen, ook als er geen incident op papier staat. Luisteren dus, niet één keer voor de vorm, maar structureel, en daarna zichtbaar leveren.
Veel partijen grijpen snel naar harde maatregelen, meer blauw op straat, meer handhaving, meer cameratoezicht. SP Hoogeveen kiest breder. Toezicht gaat niet alleen over optreden, het gaat ook over aanwezigheid. Buurtwerkers, jongerenwerkers en andere professionals horen vaker zichtbaar te zijn op straat, in de wijk en in het dorp. Niet om te controleren, maar om sfeer te maken, signalen op te vangen en vroeg bij te sturen als het dreigt te kantelen.
En ja, het blijft ook praktisch werk. Verlichting op orde, kapotte lampen snel vervangen, paden en parkjes zo inrichten dat je overzicht houdt, en afspraken maken met ondernemers en handhaving op plekken waar vrouwen te vaak worden lastiggevallen. Het gaat ook over besluitvorming. Vrouwen delen niet alleen hun ervaringen, ze horen ook invloed te hebben op de keuzes die de gemeente maakt, vanaf het begin, en met terugkoppeling over wat er met signalen gebeurt.
Op 18 maart 2026 hebben mensen wat te kiezen. SP Hoogeveen neemt het veiligheidsgevoel van vrouwen serieus, en maakt daar werk van, dichtbij, zichtbaar, en met maatregelen die passen bij hoe het in het echt voelt.
